Alles over de ruggenprik of epidurale verdoving
Hoe wordt een ruggenprik toegediend?
Als voorbereiding wordt eerst extra vocht ingebracht via een infuus. Dankzij de infuus kan snel gereageerd worden op de eventuele invloed van de epidurale anesthesie op de bloeddruk. De bloeddruk mag immers niet te veel dalen.
Deze infuus wordt trouwens ook gebruikt om geneesmiddelen toe te dienen die de weeën beïnvloeden.
De prik zelf wordt door een anesthesist uitgevoerd. De huid rond de prikplaats wordt schoongemaakt en plaatselijk verdoofd met een dunne naald. Daarna wordt een andere naald gebruikt waardoor een klein slangetje wordt geschoven (een katheter). Door dit slangetje wordt de verdovingsvloeistof dan tussen 2 ruggenwervels ingespoten. Op die manier worden de zenuwen die pijnprikkels van de baarmoeder en de bekkenbodem naar de hersenen vervoeren, uitgeschakeld.
Dankzij de plaatselijke verdoving is deze prik volledig pijnloos. Het duurt daarna ongeveer 15 minuten voor het volledige effect van de verdoving kan worden waargenomen.
Als de ontsluiting 2 à 3 cm bedraagt, is het ideale moment aangebroken om de ruggenprik toe te dienen. Vroeger dan dat loop je risico dat de weeën tegengehouden worden en dat de bevalling daardoor vertraagd wordt. Later loop je dan weer het risico dat je de effecten ervan te laat voelt.
Onthaal









