Onthaal - FAQ - Wettelijke vermeldingen - Contact - Uitschrijven


Zoeken

Meer dan 10.000 artikels, 6000 tips & weetjes, talrijke antwoorden van onze experten


Wat is de placenta?

De term placenta betekent in feite ‘ronde koek’ en verwijst zo naar de ronde vorm ervan. Het is een geheel van weefsel en bloedvaten waaruit de foetus de nodige voedingsstoffen put.

Een voldragen, goed functionerende placenta heeft een diameter van ongeveer 20 cm, een dikte van 2 tot 3 cm en produceert uiteindelijk 36 liter bloed per uur. Het gewicht van de placenta bedraagt ongeveer 500 gram, dat is ongeveer 1 zesde van het gewicht van de baby.

In de placenta kunnen we twee delen onderscheiden: een deel van het kind en een deel van de moeder gescheiden door een vlies. De bloedstromen van het kind en de moeder blijven op die manier gescheiden en er is dus geen contact tussen het bloed van de moeder en dat van het kind. Het vlies is doorlaatbaar voor sommige stoffen maar niet voor anderen. Dat verklaart waarom sommige schadelijke stoffen al dan niet de foetus bereiken.

Waar komt de placenta vandaan?

-  Enerzijds is er het baarmoederslijmvlies dat dikker wordt na de innesteling van de bevruchte eicel in de baarmoeder. Zo wordt de binnenste bekleding gevormd van de baarmoederwand rondom de plaats waar de foetus zich zal ontwikkelen. Dit gedeelte zal uitgroeien tot het moederlijke deel van de baarmoeder. Het aantal bloedvaten vermenigvuldigt zich snel, evenals het aantal klieren die voedingsstoffen aanmaken. Op die manier kan het moederlijke deel van de placenta de foetus voeden.

-  Anderzijds is er het bevruchte ei dat zich vasthecht aan de baarmoederwand en zich 7 dagen na de bevruchting innestelt. Dit bevruchte ei bestaat uit een embyonaalknop die omringd wordt door een laag cellen. Het is deze buitenste laag cellen, die trofoblast wordt genoemd, die zich zal ontwikkelen tot het foetale deel van de moederkoek.

Hoe wordt de toekomstige embryo met het baarmoederslijmvlies verbonden?

Om je baby te voeden, stoot de trofoblast chorionvlokken af die zich in de baarmoederwand vestigen, de bloedvaten openbreken en er zo de nodige voedingsstoffen en zuurstof voor je baby uit putten.

Op enkele weken tijd worden de vlokken groter en vermengen ze zich zodanig met de bloedvaten van de baarmoederwand dat ze uiteindelijk door ‘poelen’ van bloed omgeven worden. Het moederlijke bloed stroomt in en rond deze ruimten en is slechts door enkele cellen van het bloed van de foetus gescheiden. In deze met bloed gevulde ruimten vindt de uitwisseling van voedings- en afvalstoffen plaats tussen foetus en moeder.

Aller en haut.