Het eerste contact met kinderarts
Andere onderzoeken
Het hoofd: de vorm van het hoofd hangt af van de bevallingswijze. Na het gebruik van een laatkop kunnen een bloeduitstorting of een cefalhematoom zichtbaar zijn. Het hoofd kan vervormd zijn door het gebruik van de verlostang.
Het cardio-pulmonair onderzoek sluit neonatale ademhalingsproblemen of een misvorming van het hart uit.
De buik en het perineum van de baby worden zorgvuldig onderzocht: het fenotypisch geslacht van de baby wordt bepaald en de permeabiliteit van de anus wordt gecontroleerd. De eerste urine en stoelgang (meconium) worden bijgehouden.
Het bewegingsapparaat wordt onderzocht om bijvoorbeeld elke sleutelbeenbreuk of elke aandoening van de plexus brachialis die zich tijdens de bevalling kan voordoen, op te sporen. De pediater controleert eveneens de heupen om ontwrichtingen of dysplasie uit te sluiten.
Een neurologisch onderzoek maakt het geheel compleet. Hierbij worden de passieve tonus, de actieve tonus en de archaïsche reflexen van baby gecontroleerd.
Het onderzoek van de 2de dag en het onderzoek voor het vertrek zijn identiek aan dat van de bevallingskamer.
Op de laatste dag wordt er ook bloed getrokken, meestal in de hiel van de baby, voor de systematische opsporing van bepaalde ziekten van het metabolisme (fenylcetonurie, hypothyroïde, congenitale hyperplasie van de bijnieren). In bepaalde kraamklinieken wordt systematisch een gehoortest uitgevoerd.
Onthaal







