De cellen
De geslachtscellen
De geslachtscellen of de voortplantingscellen (de eicellen en de mannelijke zaadcellen), hebben slechts 23 chromosomen:
De eicel heeft 22 chromosomen + X
De mannelijke zaadcel heeft 22 chromosomen +X of 22 chromosomen +Y
Bij de bevruchting vervoegen de 23 chromosomen van de vaderlijke zaadcel de 23 chromosomen van de moederlijke eicel. De bevruchte eicel bezit bijgevolg 46 chromosomen.
De eicel of ovocyt
Al vanaf de geboorte wordt in de eierstokken van het meisje een hele voorraad onrijpe eicellen opgeslagen. Niet al deze eicellen zullen ooit tot rijping komen. Mannen daarentegen produceren hun hele leven zaadcellen.
Dit verklaart waarom de eierstokken en eicellen onderhevig zijn aan veroudering die gepaard kan gaan met kleine problemen zoals onregelmatige cycli of een bevruchting die meer tijd vraagt.
Het woord eicel wordt doorgaans gebruikt om de vrouwelijke geslachtscel te beschrijven. Deze eicel komt vanuit een strikt wetenschappelijk standpunt pas volledig tot rijping zodra een mannelijke zaadcel erin slaagt de eicel binnen te dringen. Vanaf dan spreken we van de bevruchte eicel.
Wanneer de hypofyse 36 uur voor de ovulatie of eisprong zijn signaal doorstuurt, wordt het aantal chromosomen in de eicel gereduceerd van 46 naar 23. De eicel stoot op dat moment 23 chromosomen af en bereidt zich voor om de mannelijke zaadcel te ontvangen.
De mannelijke zaadcellen (of sperma).
De zaadcellen worden aangemaakt in de testikels (of zaadballen), de mannelijke geslachtsklieren die tegelijkertijd ook het mannelijke hormoon testosteron produceren. In tegenstelling tot de vrouw die reeds sinds haar geboorte over een voorraad eicellen beschikt, begint de man pas in zijn puberteit zaadcellen te produceren. De productiecyclus van mannelijke zaadcellen duurt ongeveer 72 dagen.
Elke mannelijke zaadcel heeft een kop, die het genetische materiaal bevat, en een staart (flagellum) die de zaadcel in staat stelt zich voort te bewegen. Een complex netwerk van dunne buisjes in de testikels produceert spermatiden, de voorlopers van de zaadcellen. Deze buisjes staan in verbinding met ongeveer 8 grotere afvoerbuizen die de zaadcellen naar de bijbal leiden en waarin cellen verder rijpen en een staart krijgen. Nadat de pasgevormde zaadcellen in de bijbal terecht komen, komen ze tot rijping. Vanuit de bijbal gaan de rijpe zaadcellen door een buis, de zaadleider naar een klein, zakvormig orgaan, de zaadblaas.
Bij een zaadlozing van de man worden de cellen vermengd met vocht dat door de zaadblaas wordt geproduceerd; dit vormt samen met door de prostaat en andere klieren afgescheiden vloeistoffen de zaadvloeistof, die via de urinebuis uit de penis wordt geloosd. Tijdens deze reis van de testikel naar de vrouwelijke eicel verwerven de mannelijke zaadcellen geleidelijk hun bevruchtingscapaciteit en vindt ook de noodzakelijke chromosomenreductie van 46 naar 23 plaats.
De kikkervormige zaadcellen hebben een grootte van ongeveer 0,06 mm en zijn bijgevolg onzichtbaar voor het blote oog. Ze kunnen 2 à 4 dagen overleven in de vrouwelijke geslachtsorganen. In het lichaam van de man blijven ze een dertigtal dagen leven. Na deze periode sterven ze af en worden ze vervangen door nieuwe zaadcellen.
Onthaal







