Onthaal - FAQ - Wettelijke vermeldingen - Contact - Uitschrijven
U bent hier: overzicht Vrije tijd Verhaal


Zoeken

Meer dan 10.000 artikels, 6000 tips & weetjes, talrijke antwoorden van onze experten


Verhaal


Hoofdstuk 11: Muiterij

Mijn kamer ligt helemaal achteraan in de gang. Ik hoor de baby’s van ver aankomen. Een hels lawaai van voortgesleepte, botsende karretjes waar hongerige kreten uit opstijgen. Eén voor één gaan de deuren open. Eén voor één deemsteren de schriele stemmetjes voldaan weg. Maar tot op het einde is er één die het gejengel overstemt: Steven die door de kinderverzorgster naar binnen wordt gebracht. In haar andere hand houdt ze de thermometer al gereed. "Eerst de temperatuur, dan de borst". Zij is duidelijk geen tegenspraak gewoon. Ik krijg mijn baby in de armen gestopt. Hij huilt hartverscheurend, met wijdopen mond draait hij zijn hoofdje in alle richtingen op zoek naar een lavende tepel. Maar het is iedere keer weer hetzelfde liedje. Slokop als hij is, werpt Steven zich vol overgave op de borst, maar doet dat nogal onhandig. Resultaat: hij wordt kwaad, hij brult, hij hapt naar lucht... Wat nu? De kinderverzorgster heeft op dat kritieke moment gewacht om mij een vreemdsoortig instrument onder de neus te duwen: een afkolver [1]. "Als u toch melk hebt, kunt u die beter afkolven. Dan maken wij daar een flesje van en heeft hij een rustige nacht". Tegen zulke argumenten kan ik niets meer inbrengen. Dus laat ik maar begaan. Met een argwaanwekkend enthousiasme installeert de dame in het wit het vernuftige apparaat, dat bij nader inzien een marteltuig blijkt. Terwijl ik erop sta te kijken, verandert mijn borst in een rubberachtige speen. Koortsachtig pruts ik aan de hendeltjes in een poging deze barbaarse machine te temperen. Zonder resultaat. Integendeel. De melkmachine gaat wild tekeer. Straks ben ik mijn borst kwijt ! En al dat geweld voor een ontgoochelend povere opbrengst. "Is dat alles?", jent de kinderverzorgster. Om daar totaal ongevraagd aan toe te voegen, "dat de kleine sukkel daar niet veel zal aan hebben".

Tegen de volgende ochtend, heb ik één en ander eens goed overdacht. Wat denken ze wel! Ik laat niet meer over mij heenlopen. En als de artsen en de verpleegsters met hun gevolg de kamer binnenschrijden, zet ik mij wat rechter in bed. Met vaste stem lucht ik mijn ongenoegen : "jullie mogen mij dan een onwaardige moeder vinden, maar ik ben geen melkkoe!".

Aller en haut.