Onthaal - FAQ - Wettelijke vermeldingen - Contact - Uitschrijven
U bent hier: overzicht Vrije tijd Verhaal


Zoeken

Meer dan 10.000 artikels, 6000 tips & weetjes, talrijke antwoorden van onze experten


Verhaal


Hoofdstuk 13: De blijde intrede

De hond wacht ons op aan de voordeur. Heel geïnteresseerd in het grote pak in de blauwe trappelzak dat ik triomfantelijk naar binnen draag. Het appartement ziet er vlekkeloos uit. Mark, die de dag na de bevalling enkele vrienden heeft uitgenodigd om de blijde gebeurtenis te vieren (op de gezondheid van moeder en kind hebben zij braafjes drie magnums blond bier achterover geslagen), heeft alles netjes opgeruimd. Net als in de publiciteitsspot voor een detergent die op dit ogenblik op TV loopt.

De pakjes met geschenken liggen in een hoek van de woonkamer, op dezelfde plaats waar ook de kerstcadeautjes gestapeld worden. Wel, wel, nog meer knuffelbeesten, Nijntjes en roze panters. Terwijl wij absoluut een mixer nodig hebben of een dekentje voor het wiegje. Dat zal ons geen twee keer overkomen. De volgende keer leggen wij een geboortelijst [1] in een gespecialiseerde winkel.

Het sprookjesbedje in Engelse kant, de extravagante mobiles, de clownfiguurtjes en de Mowgliposters maken op Steven niet de minste indruk. Hij begint te huilen en wil van geen ophouden weten. "Hij is moe, ik leg hem te slapen", zeg ik tegen de vader. "Zou hij geen honger hebben", probeert die. "Honger? Maar hij heeft amper drie uur geleden gegeten!"

Daarmee sta ik al meteen voor mijn eerste dilemma. Moet ik thuis het strakke schema [2] en de quasi-militaire discipline handhaven die Schattebol tijdens zijn eerste levensweek in de kraamkliniek moest ondergaan? Of mag het er ook wat losser aan toegaan, zodat Steven op zijn eigen ritme kan leven?

Maar wat als dat tot anarchistische eetgewoonten leidt? Draagt dergelijke inschikkelijkheid niet de kiem tot een wispelturig karakter in zich? Kweken we zo geen kleine tiran in korte broek... of erger nog, een toekomstig delinquent?

Het alternatief heeft ook zijn nadelen. Want teveel discipline leidt tot frustratie. En de spreekuren van de psycho-analysten zijn nu al volgeboekt. "Ik zal nog even wachten om te zien of hij echt honger heeft", antwoord ik vlug, terwijl Mark net doet of hij niet in de gaten had dat ik de bovenste knopen van mijn blouze al reflexmatig had losgeknoopt.

Na het vele bezoek in de kraamkliniek en de veel te lange telefoongesprekken kunnen wij even tot rust komen. Mark heeft een week lang op een pizza-dieet gestaan. Ik heb zes dagen lang moeten overleven op flauwe ziekenhuiskost. Ik krijg plots zin om voor mij en manlief een stevig stoofpotje klaar te maken. Gevolgd door een avondje zalig nietsdoen, dromend van de gouden toekomst die onze kleine jongen tegemoet gaat...

Maar tussen droom en werkelijkheid... De eerste nacht [3] die Vandevelde Junior thuis doorbrengt, verloopt allesbehalve rimpelloos. Na het bad (spijtig dat ik vergeten ben om mijn mouw op te rollen, vooraleer de temperatuur van het water met de elleboog te testen), de borst van ’s avonds (en drie overvloedige oprispingen), is het tijd dat Steven gaat slapen. Hij laat het zich allemaal welgevallen. Zonder noemenswaardige incidenten wordt hij te slapen gelegd. Volmaakt gelukkig, hand in hand, zetten beide ouders zich met een tevreden zucht voor de TV om het journaal van 19.30 uur te volgen.

Wij waren plannen aan het maken voor de volgende dag, een zondag. We zouden met zijn drietjes even naar het pleintje wandelen [4], zodat Steven met de buurt kon kennismaken en omgekeerd. Tot Schattebol plotseling in tranen [5] uitbarst. Met de zelfverzekerde glimlach van een jonge vader die publiciteit maakt voor lekvrije luiers, gaat Mark zijn zoon halen. Hij houdt hem tegen zijn rechterschouder aan. Dat heeft hij afgekeken van de knappe kinderverzorgstertjes in de kraamkliniek. Maar baby laat zich niet zo gemakkelijk paaien. Van zitten of stilstaan is geen sprake. Baby houdt van beweging. Na een tijdje neem ik de kleine pruts over. Ik pijnig mijn dertigjarige hersenen in een poging mij de zeemzoete wiegeliedjes te herinneren die mijn grootmoeder destijds voor mij zong.

Mijn vocale prestatie wordt beloond. Schattebol heeft weldra de ogen halfdicht. Voorzichtig als een indianenmoeder in een tipi vol slapeloze Apachenkinderen, schuif ik stilletjes naar de achterkant van het appartement om de baby in zijn wiegje te leggen. En uitgerekend op dat ogenblik slaat de onderbuurman, met wie we tot dan toe in goede verstandhouding leefden, met geweld de deur van zijn badkamer dicht. Op slag is Schattebol wakker en herbegint het gebrul.

De lange mars doorheen ons driekamerappartement met open keuken kan herbeginnen... Tegen middernacht ben ik zowat door mijn ganse repertorium heen. Klassiekers zoals "Slaap kindje, slaap" en "Wie zal er ons kindeken douwen". Maar ook de "herdertjes die bij nacht in het veld lagen" en -in aangepast tempo- de "baardige mannen die te kaapren varen" zijn dan al de revue gepasseerd, afgewisseld met een paar ’gouwe ouwe’ van Tura en Paul Severs. Uiteindelijk laat Schattebol zich in slaap neuriën. Met een zucht van verlichting leg ik hem in zijn bedje.

Tot ik tot het afgrijselijk besef kom dat deze zuigeling, die nogal op zijn uur is gesteld, over drie kwartier luidkeels zijn volgende maaltijd zal opeisen. Mark heeft zijn pyjama al aangetrokken en duikt, van niets gebarend, tussen de lakens. Ik vind het de moeite niet om op mijn bed te gaan liggen. Ik zet mij voor TV in afwachting dat Steven wakker wordt.

Een uur later heeft de baby gedronken, een boertje gelaten en is hij klaar voor het tweede deel van de nacht. Ik slaap met één oog open. Om 4.30 uur zal hij opnieuw om eten schreeuwen. Het behoeft wellicht geen uitleg dat de meeste vaders bij borstvoeding zweren. Moedermelk wordt niet alleen kant-en-klaar en op de juiste temperatuur gratis thuis geleverd, maar zit bovendien ook nog boordevol uiterst hoogwaardige vetzuren die kunstmelk moet ontberen. Daar bovenop is deze methode voor de vaders ook oneindig veel gemakkelijker. Met flesvoeding laat een moeder er zich veel moeilijker van overtuigen dat zij, en zij alleen, in staat is om zich over de maaltijd van 4.30 ’s nachts te ontfermen.

Aller en haut.