Verhaal
- Hoofdstuk 20: Mijn kind, schoon kind
- Hoofdstuk 19: Levensvragen
- Hoofdstuk 18: Oppassen geblazen
- Hoodstuk 17: Wat kunnen mensen toch naïef zijn
- Hoofdstuk 16: De man met de ijskoude stethoscoop
- Hoofdstuk 15: Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
- Hoofdstuk 14: Welkom bij de club
- Hoofdstuk 13: De blijde intrede
- Hoofdstuk 12: Geknipt
- Hoofdstuk 11: Muiterij
Hoofdstuk 14: Welkom bij de club
Vanaf nu hebben wij twee soorten vrienden: enerzijds jonge ouders zoals wij, anderzijds alle anderen. Hoe moet ik het Martine aan haar verstand brengen dat ik deze namiddag onmogelijk mee kan gaan winkelen... omdat Steven slaapt en ik nog drie machines kruippakjes en slabbetjes moet wegwerken? Hoe moet ik onze zorgen- en kinderloze vrienden laten verstaan dat wij beperkt zijn in ons komen en gaan? De zeldzame keren dat wij onszelf nog een avondje bioscoop gunnen, reppen wij ons om voor middernacht terug te zijn. Want de babysit [1] moet eerst nog naar huis gebracht worden. Een domper op de vreugde? Wat mij betreft zeker. Ik kan amper van de film genieten omdat ik ervan overtuigd ben dat dat onhandige wicht van 19 lentes niet weet hoe ze moet reageren als Schattebol begint te wenen. Diep in mijn binnenste ben ik er zelfs van overtuigd dat zij gewoon doet of ze niets hoort als er op TV een film is met Leonardo Di Caprio.
Daarnaast zijn er de vrienden die, net als wij, alles afweten van slapeloze nachten, buikkrampjes en de eerste inentingen [2]. De brave Luc die zijn levensgevaarlijke motor heeft ingeruild voor een familiebreak. De mooie Katrien, die dankzij IVF (in vitro fertilisatie) op haar 42ste bevallen is van een prachtige tweeling [3] en een stuk aan het huis heeft moeten bijbouwen.
Zij weten dat de vaste activiteit van de zondagnamiddag bestaat uit een wandeling naar het pleintje. Zij weten dat in de woonkamer niet gerookt wordt, dat men met een lopende neus uit de buurt van het wiegje moet blijven en dat Pericles niet alleen de naam is van de Atheense legerbevelhebber die het in 445 voor Christus met de Perzen en de Spartanen aan de stok kreeg, maar dat het ook een merk is van luxe-kinderwagens met een afneembare mand die op de achterbank van de wagen kan gezet worden als men bij schoonmoeder op bezoek gaat.
Terloops gezegd: deze kinderwagens mogen dan al een half netto-maandsalaris kosten, daarom zijn ze nog niet noodzakelijk gemakkelijk te hanteren. En met de wagens die in onze buurt schaamteloos op de stoep geparkeerd staan, vergt een wandeling een behoorlijke fysieke conditie. En dan de metro! Ik vraag mij af of ik het ooit zal aandurven om de roltrap te nemen, terwijl ik de wieltjes van de kinderwagen geblokkeerd hou. Ik huiver al bij het idee alleen.
Onthaal







