Verhaal
- Hoofdstuk 20: Mijn kind, schoon kind
- Hoofdstuk 19: Levensvragen
- Hoofdstuk 18: Oppassen geblazen
- Hoodstuk 17: Wat kunnen mensen toch naïef zijn
- Hoofdstuk 16: De man met de ijskoude stethoscoop
- Hoofdstuk 15: Spiegeltje, spiegeltje aan de wand...
- Hoofdstuk 14: Welkom bij de club
- Hoofdstuk 13: De blijde intrede
- Hoofdstuk 12: Geknipt
- Hoofdstuk 11: Muiterij
Hoofdstuk 9: Overwinning in de tweede ronde
Ik ben altijd een braaf meisje geweest, ik heb een goede opvoeding gekregen en in het dagelijkse leven weet ik mij redelijk te gedragen. Maar als ik om 4 uur ’s nachts in de Sint-Maria kraamkliniek aankom, een hand op mijn harde dikke buik en men eist van mij dat ik eerst de opnameformulieren onderteken en prompt mijn ziekenfondsnummer opgeef, sta ik op het punt te ontploffen. Net zoals de vochtblaas waar de kleine Schattebol al 9 maanden in rondzwemt, opengebarsten is .
In het zog van een weinig behulpzame verpleegster ga ik recht naar de arbeidskamer. De matras is behoorlijk hard. De vroedvrouw schikt de kussens en daar zit ik dan te wachten, een stapel tijdschriften binnen handbereik. En nu maar hopen dat de baarmoederhals snel verstrijkt, zodat Schattebol gemakkelijk naar buiten kan... Om het uur komt een verpleegster de opening van de hals meten. Mark blijft de hele tijd bij mij. Maar het is duidelijk dat hij het maar een saaie bedoening vindt. Alleen de monitor [1], die de intensiteit van de weeën en het hartritme van de baby toont, zorgt voor enige afwisseling.
En dan komt er plots schot in de zaak. De weeën volgen korter op elkaar en worden pijnlijker. Veel pijnlijker zelfs. Ik probeer de ademhalingtechniek die ik in 20 kiné-sessies heb geleerd in de praktijk te brengen. Ik heb pijn. De ademhaling "hijgen zoals een hondje", waar we zo mee gelachen hebben, gaat over in zwaar gehijg. Wanneer komen ze nu met die verdomde epidurale? "Tien centimeter, t’is het moment", roept de gynecoloog triomfantelijk terwijl hij mijn bed richting verloskamer rijdt.
Er was mij verzekerd dat meelevende mannen niet goed worden bij het zien van de immense naald waarmee het pijnstillend middel ingespoten wordt. Mark niet. Hij is even naar zijn moeder gaan telefoneren. "Alles gaat best mama, ’t zal niet lang meer duren". Ik vraag mij af of hij daar even licht zou overgaan als hij hier in mijn plaats op de verlostafel zou liggen met een naald in zijn rug geplant. Nog even geduld. Nog een paar minuten. Niet dat ik het beu word, maar ik vind het toch tijd worden dat Schattebol zijn entree in deze wereld maakt. Zijn het de reuzespots die op de uitgang zijn gericht, die hem doen terugschrikken? "Persen, mevrouw" zegt de vroedvrouw. Wat denkt zij wel dat ik hier aan het doen ben? Ik ben gewoon moe. Dat is alles. Ik ben geen twintig meer en wat bevallen betreft, ontbreekt het mij aan training.
Plots gebeurt er vanalles rondom mij. Ik meen dat ik de gynaecoloog met een grote lepel op mij zie afkomen. "We gaan een kleine tang [2] gebruiken. Dat is niet erg." Hij heeft mooi praten. En wat als hij de schedel van mijn toekomstige schoonheidsprijswinnaar beschadigt ? Mark streelt mijn voorhoofd. Ik ben uitgeput. Ik lig nu al anderhalf uur in deze stomme verloskamer en Schattebol laat nog altijd op zich wachten.
De vroedvrouw plaatst een zuurstofmasker op mijn neus. Ik kom opieuw een beetje op krachten en ik begin terug te persen. Onder de aanmoedigingen van de omstaanders. Ik waan me haast in een boksring. "Goed zo. Vooruit. Nog een beetje. Ik zie het hoofdje", doet de gynaecoloog zijn best. Ik bijt dapper door. Ik pers met al mijn kracht. Ik zie een hoofdje, twee schouders en dan een gans lijfje... Steven Vandevelde, zoon van Mark Vandevelde en Lucie Vandersteen, Schorpioen, ascendent Weegschaal, 3 kilo 430, nul tanden, geen haar, maar wel een flinke stem (de ganse kraamkliniek is op de hoogte van zijn komst) is geboren om 13.30 uur, het uur van de siësta. Maar zijn geboorte was allesbehalve een middagdutje [3].
Onthaal







