De uitdrijving
Wat gebeurt er met de baby tijdens de uitdrijvingsfase?
In deze fase is de baby wakker want hij wordt niet meer omringd door zijn comfortabele watermatras. Hij komt nu rechtstreeks in contact met de baarmoeder en stoot op het kleine bekken (het benige baringskanaal).
Instinctief wordt de baby aangetrokken door de buitenwereld. Hij gaat dan ook een houding aannemen die het hem makkelijker maakt zijn doorgang te vinden. Zijn hoofdje daalt in in het bekken dat uitrekbaar is.
Bij zijn doorgang door het geboortekanaal zal de baby heel wat druk ondervinden maar dat doet hem geen pijn. Deze druk heeft een gunstige invloed op zijn longen. Het vruchtwater dat zich nog in de longen bevindt, wordt verwijderd en de longen maken tegelijkertijd een stof vrij die de longblaasjes toelaat zich open te plooien.
De baby zal heel wat hindernissen moeten overwinnen: de baarmoederhals, het bekken en perineum (bilnaad).
Onthaal







